KUNSTCOLUMN

 

Jan te Wierik

1954-2002

 

 

 


Het stond al vroeg vast dat Jan te Wierik wel kunstenaar moést worden. Zijn sterke drang naar vrijheid en onafhankelijkheid en zijn onwilligheid zich te conformeren aan de maatschappij, maakten dat hij al vroeg van school ging en hij zich nooit in een normale baan zou kunnen vinden. Nadat hij ook aan zijn militaire diensttijd had weten te ontsnappen, begint Jan zichzelf allerlei technieken in de beeldhouw- en schilderkunst aan te leren. Niet door naar anderen te kijken of een opleiding aan een kunstacademie te volgen, maar door met materiaal te experimenteren om te zien wat het materiaal allemaal toelaat.
Daar hij geen baan en dus eigenlijk geen inkomsten had, is zijn bestaan schaars. In deze begintijd moet hij, naast zijn uitkering, vooral leven op wat mensen om hem heen hem aanbieden. Jan moet het wel aannemen, hoewel hij altijd werken in ruil teruggeeft. Hij haat het dat hij afhankelijk is van anderen en wil absoluut niet bij iemand in de schuld staan. Hij heeft niet veel nodig, behalve de materialen om mee te werken, deze zullen zijn hele leven zijn grootste kostenpost blijven. Hij leeft schamel en verzorgt zichzelf slecht, dit blijft zo ook als hij opklimt als bekende en goed betaalde kunstenaar. Het kan hem niet schelen dat hij niet of weinig eet, hij heeft niets nodig behalve zijn sigaretten, drank en een atelier waar hij een matras in kan leggen. Hij wil absoluut niet van zijn werk gescheiden worden en kunnen werken, zodra er een idee in hem opkomt. In de materialen van zijn vroege werken komt duidelijk het gebrek aan geld voren: hij werkt met alles wat hem voor de voeten komt: stukken spaanplaat, oude drukinkt en meer van dat soort restjes. De afbeeldingen zelf zijn vaak schimachtige, gestileerde (vrouws)figuren, die een geborgenheid verbeeldden.
Het harde leven van weinig eten, veel roken en drinken en lange dagen werken eist echter al snel zijn tol. Jan wordt een wrak van een mens, die altijd pijn heeft en er uitgeteerd uitziet. Beeldhouwen wordt door een hernia onmogelijk en hij moet zich wel toe gaan leggen op het schilderen. Niet dat hij dat als grote straf opvatte, het schilderen bood hem de meeste mogelijkheden. Ook zijn de kunstkenners meer te spreken over zijn schilderwerken en Jan begint naam te maken. Galeries, kunsthandelaren en zelfs particulieren dienen zich aan die Jans werk graag willen (ver)kopen. Daar Jan slecht overzicht kan houden van wat hij aan wie meegeeft en hoeveel zijn werk waard is, nemen velen een loopje met hem. Jan laat het ook toe, hij was echt niet dom en wist dat hij regelmatig uitgebuit werd. Het maakte hem ontzettend kwaad, maar gaf hem ook de gelegenheid zich de gekwelde, gebruikte en wereldvreemde kunstenaar te voelen.
Hij keerde zich in zijn latere werk dan ook graag af van de wereld, die hij vaak slecht en onmenselijk vond. Zijn emoties van onbegrip, woede, kwelling vinden hun weg in de klodders en scherpe halen verf. De abstracte werken tonen vaak demonische trekjes en apocalyptische ruiterfiguren. De grote verscheidenheid van gebruikte materialen (mix media werken), in de begintijd geboren uit armoede, blijft een kenmerk van zijn werk. Uit deze latere periode stamt het werk dat als typisch Jan te Wierik wordt aangemerkt: met primaire kleuren, de rustige achtergronden en op de meeste schilderijen staan twee figuren afgebeeld. Soms zijn dat duidelijke dierlijke figuren en soms ook kan men een menselijke gedaante onderscheiden. Hoe dan ook, mens of dier, vrouw of man, vogel of hond, wat deze figuren gemeen hebben is een intense verbinding of juist een schrijnend gebrek aan contact. Het zijn illustraties van strijdbare mensen. Uit dit werk spreekt dan ook beklemming, hilariteit, tragiek, liefde en verdriet maar nooit berusting.
Jan te Wierik is in 2002 op 48-jarige leeftijd overleden, zijn geest wilde wel verder maar het lichaam was op. Jan te Wierik exposeerde ondermeer in Amsterdam, Deventer, Groningen, Laren (Singermuseum), Enschede (Rijksmuseum Twente), Bocholt (Duitsland), Epe (Duitsland), New York (VS).

Voor meer werk van Jan te Wierik klik hier